ECLI:NL:RBAMS:2020:4857

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 oktober 2020
Publicatiedatum
5 oktober 2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 4018
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:1 AwbArt. 8:54 AwbArt. 236 Gemeentewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen op bezwaar parkeer naheffingsaanslag

Eiseres maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeren en stelde de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam met brief van 28 mei 2020 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Vervolgens stelde eiseres op 15 juli 2020 beroep in bij de rechtbank wegens het uitblijven van een beslissing.

De rechtbank overweegt dat de beslistermijn voor het doen van uitspraak op bezwaar in dit geval is geregeld in artikel 236 van Pro de Gemeentewet. Deze bepaalt dat de heffingsambtenaar uiterlijk op 31 december 2020 moet beslissen. Omdat de ingebrekestelling van 28 mei 2020 is gedaan vóór het verstrijken van deze termijn, is deze prematuur en kan niet worden aangemerkt als een ingebrekestelling in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

Daardoor zijn de voorwaarden voor het indienen van beroep wegens niet tijdig beslissen niet vervuld. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te Amsterdam binnen zes weken na verzending.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur gestelde ingebrekestelling en het niet overschrijden van de beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/4018

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

(gemachtigde: [naam] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder,

Procesverloop

Eiseres heeft op 17 juli 2020 beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van een uitspraak op bezwaar.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Eiseres heeft op 17 maart 2020 bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag parkeren. Met de brief van 28 mei 2020 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld. Vervolgens is eiseres op 15 juli 2020 in beroep gegaan wegens het niet tijdig beslissen op haar bezwaar.
3. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. [1] Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. [2]
4. De beslistermijn voor het doen van een uitspraak op bezwaar in zaken als deze is geregeld in artikel 236 van Pro de Gemeentewet. Volgens het tweede lid van dit artikel moet de heffingsambtenaar in dit geval op het bezwaarschrift beslissen in het kalenderjaar waarin het bezwaarschrift is ontvangen en dat is uiterlijk op 31 december 2020. Dit betekent dat verweerder niet in gebreke is met het nemen van een besluit, zoals bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, onderdeel a, van de Awb. Eiseres heeft verweerder met de brief van 28 mei 2020 in gebreke gesteld. Dat was voor het einde van de beslistermijn en dus te vroeg. Daarom kan deze ingebrekestelling niet als een ingebrekestelling in de zin van artikel 6.12, tweede lid, onderdeel b, van de Awb worden beschouwd. Het voorgaande betekent dat niet aan de voorwaarden voor het indienen van het beroepschrift tegen het niet tijdig nemen van een besluit is voldaan. De rechtbank zal het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren.
5. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Moussaoui, rechter, in aanwezigheid van
mr. N. van der Kroft, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan gedurende zes weken na toezending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
2.artikel 6:12, tweede lid, van de Awb