Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechterkort geding
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
de vennootschap naar buitenlands recht
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Uitgangspunten
- artikel 1.2: (..) HBC is niet meer betalingsplichtig zodra Unibail met betrekking tot het gehuurde een huurovereenkomst met een derde partij is aangegaan. Indien de nieuwe huur gedurende de periode van 10 jaar lager is dan de met Hudson’s Bay Netherlands overeengekomen huur, dan is HBC aansprakelijk voor het verschil. Unibail dient redelijke commerciële inspanningen te verrichten om haar schade te beperken.
- artikel 6.5: “The District Court (
Vordering
Verweer
Beoordeling
Bevoegdheid
HBC heeft nog aangevoerd dat partijen een forumkeuze voor uitsluitend de sector handel van de rechtbank Amsterdam hebben gemaakt. Dit standpunt gaat niet op, gelet op artikel 108 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Ook is die uitleg gelet op de bewoordingen van het beding onvoldoende aannemelijk. Het beroep van HBC op onbevoegdheid wordt verworpen.
Spoed
Dit kort geding
Afstemmingsregel
Voorzover HBC zich beroept op een verweermiddel dat Hudson’s Bay Netherlands in haar rechtsverhouding met Unibail heeft (gehad), geldt dat de kantonrechter in de bodemprocedure heeft geoordeeld dat HBC dat verweer niet kan voeren. Het bodemvonnis is duidelijk en de beslissing is gemotiveerd. Van een klaarblijkelijke misslag in het vonnis die niet kan wachten op de beslissing in hoger beroep is geen sprake. Het mededingingsverweer van HBC is niet in de bodemprocedure aan de kantonrechter voorgelegd. HBC heeft niet aannemelijk gemaakt dat de omstandigheden die zij aan haar nieuwe verweer ten grondslag heeft gelegd pas ná het bodemvonnis zijn opgekomen. Van een wijziging van omstandigheden die afwijking van de afstemmingsregel rechtvaardigt is dus geen sprake.
Ook de andere stellingen van HBC die erop neer komen dat de voorzieningenrechter de beslissing niet zou moeten afstemmen op de overwegingen en het dictum van het bodemvonnis gaan om bovengenoemde reden niet op.
Btw en wettelijke (handels)rente
Faillissement veroorzaakt
Coronacrisis
Onvoldoende verhuuractiviteiten
De conclusie is datde gevorderde betalingsveroordeling bij wege van voorschot toewijsbaar is zoals in het dictum vermeld, inclusief de gevorderde maar op datum vonnis nog niet opeisbare maandtermijnen. Deze termijnen beslaan nog een periode van vier maanden. Voldoende aannemelijk is dat Unibail binnen die periode geen nieuwe huurder zal hebben kunnen vinden.
asset stripping.Zij heeft het winkelcomplex [adres] , waarvan zij eigenaar is, met een waarde van 1/3 van haar totale vermogen, inmiddels overgeheveld naar een vennootschap in Bermuda. Ook doet zij pogingen de Canadese erkenningsprocedure van het Nederlandse bodemvonnis te vertragen. Unibail vreest dat er uiteindelijk geen verhaal mogelijk zal zijn voor de bedragen die zij te vorderen heeft, aldus Unibail. HBC betwist dat zij gedwongen kan worden zekerheid te stellen en ontkent onrechtmatig te handelen.
Onder zeer bijzondere omstandigheden kan op grond van de redelijkheid en billijkheid een verplichting tot zekerheidstelling worden aangenomen. Die omstandigheden doen zich hier echter niet voor.
De vordering tot het stellen van zekerheid wordt gelet op het voorgaande afgewezen.
Dwangsom
Buitengerechtelijke kosten
.De vordering tot vergoeding van de reële proceskosten wordt afgewezen. Misbruik van recht of ander onrechtmatig handelen van HBC jegens Unibail is voorshands niet aannemelijk, zoals hiervoor reeds is overwogen.
BESLISSING
exploot € 83,38
salaris € 960,00
griffierecht € 996,00
-----------------
totaal € 2.039,38
voor zover van toepassing, inclusief btw;