Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3. het onder zich hebben van zevenenvijftig producten/delen van dieren, genoemd in bijlage B van de Basisverordening EG 339/97;
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk verkopen van een geprepareerde zaagvis en het in bezit hebben van een omvangrijke hoeveelheid beschermde en met uitsterven bedreigde uitheemse diersoorten. Het bewijs bestond uit het aantreffen van diverse beschermde dierproducten in de winkel van verdachte, determinatieonderzoek en een bekennende verklaring.
De rechtbank oordeelde dat verdachte bewust de wet- en regelgeving rondom de handel in bedreigde diersoorten heeft genegeerd om zijn antiquariaat in stand te houden. Verdachte was eerder al veroordeeld voor een soortgelijk feit, waardoor een geheel voorwaardelijke straf niet passend werd geacht. De rechtbank hield rekening met een overschrijding van de redelijke termijn en legde daarom een iets lagere taakstraf op dan geëist.
De opgelegde straf bestaat uit een taakstraf van tachtig uur, waarvan veertig uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werden de in beslag genomen beschermde voorwerpen onttrokken aan het verkeer. De rechtbank benadrukte het belang van handhaving van de regelgeving ter bescherming van bedreigde diersoorten en veroordeelde verdachte voor zijn rol in de illegale handel.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van tachtig uur, waarvan veertig uur voorwaardelijk, en de in beslag genomen beschermde voorwerpen zijn onttrokken aan het verkeer.