ECLI:NL:RBAMS:2020:5022
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens gebrek aan gegronde redenen
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die hun zaak behandelde, omdat de rechter weigerde de mondelinge behandeling uit te stellen ondanks het late inschakelen van hun advocaat en hun gezondheidsklachten.
De rechter had de zitting niet aangehouden en dit leidde tot het verzoek tot wraking wegens vermeende vooringenomenheid. De wrakingskamer oordeelde dat een rechterlijke beslissing om een zitting niet uit te stellen geen grond voor wraking kan zijn, conform de jurisprudentie van de Hoge Raad.
De wrakingskamer stelde vast dat verzoekers geen concrete aanwijzingen van vooringenomenheid hadden gegeven en dat het verzoek kennelijk ongegrond was. Bovendien werd het verzoek als misbruik van recht aangemerkt, waarna werd bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoekers niet meer in behandeling worden genomen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid en misbruik van recht.