ECLI:NL:RBAMS:2020:5024
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters meervoudige strafkamer wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de leden van de meervoudige strafkamer wegens vermeende vooringenomenheid en schijn van partijdigheid. Dit verzoek was ingegeven door een gewijzigde samenstelling van de kamer tijdens een zitting en de wijze waarop de voortzetting van het onderzoek werd behandeld, waarbij verzoeker meende dat onduidelijkheid bestond over de noodzaak van een nieuwe beslissing omtrent zijn observatieplaatsing in het Pieter Baan Centrum.
De wrakingskamer overwoog dat de rechterlijke onpartijdigheid wordt vermoed en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden tot wraking kunnen leiden. De kamer stelde vast dat de beslissing van de rechters om het onderzoek voort te zetten zonder nieuwe beslissing niet als een grond voor wraking kan worden gezien, ook niet wanneer de motivering als onbegrijpelijk wordt ervaren.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bestond en dat het verzoek kennelijk ongegrond was. De wraking werd daarom afgewezen en er werd bepaald dat een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege kon blijven.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.