ECLI:NL:RBAMS:2020:5029
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen bestuursrechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. H.J. Tijselink, bestuursrechter te Amsterdam, vanwege vermeende vooringenomenheid bij de planning van zittingen in twee civiele zaken die sinds september 2019 aanhangig zijn. Verzoeker stelde dat de rechtbank meerdere uitstelverzoeken van de wederpartij had gehonoreerd zonder verhinderdata, terwijl zijn eigen verzoek om een andere zittingsdatum werd afgewezen. De rechtbank had de mondelinge behandeling gepland op 19 augustus 2020, ondanks verzoekers verhindering tot 14:00 uur die dag.
De rechter erkende een administratieve fout bij de planning buiten de opgegeven verhinderdata, maar benadrukte dat hij pas vanaf mei 2020 bij de zaken betrokken was en dat er nog ruimte was voor een nieuwe zittingsdatum. De wrakingskamer oordeelde dat de gedragingen waar verzoeker zich op baseerde niet wijzen op vooringenomenheid, omdat de rechter niet bij alle beslissingen betrokken was. Bovendien is een tussenbeslissing, zoals het vaststellen van een zittingsdatum, geen grond voor wraking.
De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek kennelijk niet ontvankelijk was voor het deel dat betrekking had op eerdere uitstelbeslissingen en kennelijk ongegrond voor het deel dat betrekking had op de planning van 19 augustus 2020. Het verzoek werd daarom afgewezen en er was geen aanleiding voor een mondelinge behandeling.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. H.J. Tijselink is afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid en kennelijke ongegrondheid.