ECLI:NL:RBAMS:2020:5101
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vervolging wegens schending verbaliseringsplicht bij Extinction Rebellion demonstratie
In oktober 2019 vond een demonstratie van Extinction Rebellion plaats in Amsterdam waarbij een blokkade werd gevormd bij het hoofdkantoor van ABN AMRO aan de Gustav Mahlerlaan. Verdachte werd vervolgd wegens het niet voldoen aan een opdracht van de burgemeester om de blokkade op te heffen, op grond van artikel 11 lid 1 sub a van Pro de Wet Openbare Manifestaties (WOM).
De officier van justitie wilde met de vervolging een norm stellen over de grenzen van het actierepertoire van Extinction Rebellion. De verdediging stelde dat de vervolging onevenredig was en bepleitte niet-ontvankelijkheid. De kantonrechter overwoog dat de vrijheid van demonstratie een fundamenteel recht is, maar dat beperkingen wettelijk en noodzakelijk moeten zijn ter bescherming van openbare veiligheid en orde.
Hoewel de demonstratie vreedzaam verliep, bleek dat de demonstranten zich niet hielden aan de door de burgemeester gestelde voorschriften. Echter, het dossier bevatte geen proces-verbaal van aanhouding van verdachte en geen bewijs dat verdachte zich daadwerkelijk op de locatie bevond of aan het feit deelnam. Daarnaast was de verbaliseringsplicht ernstig geschonden doordat geen proces-verbaal was opgemaakt over de aanhouding en de toegepaste dwangmiddelen.
De kantonrechter concludeerde dat geen redelijk handelend openbaar ministerie tot vervolging had kunnen besluiten en verklaarde het OM niet-ontvankelijk. Hiermee werd de strafrechtelijke vervolging van verdachte beëindigd wegens schending van beginselen van een goede procesorde.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte wegens ernstige schending van de verbaliseringsplicht en gebrek aan bewijs.