ECLI:NL:RBAMS:2020:5186
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten raadsvrouw na onvoorwaardelijk sepot
Verzoeker heeft op grond van artikel 530 Wetboek Pro van Strafvordering een verzoek ingediend tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand en het opstellen van het verzoekschrift. De strafzaak tegen verzoeker werd onvoorwaardelijk geseponeerd door het Openbaar Ministerie op 9 mei 2020.
De rechtbank heeft het verzoek tijdig ontvangen en beoordeeld. Uit de stukken bleek dat de kosten voor rechtsbijstand privé waren gemaakt en niet zakelijk aan een onderneming gefactureerd. De officier van justitie verzette zich niet tegen de vergoeding inclusief btw.
De rechtbank oordeelde dat er gronden van billijkheid aanwezig zijn om de gevorderde kosten toe te kennen. De vergoeding voor de kosten van de raadsvrouw en het opstellen van het verzoekschrift werd daarom volledig toegewezen. De beschikking is op 29 september 2020 in het openbaar uitgesproken door rechter L. Dolfing.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten raadsvrouw en opstellen verzoekschrift wordt toegewezen.