ECLI:NL:RBAMS:2020:5242
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte woninginbraak wegens onvoldoende bewijs gezichtsherkenning
Op 4 mei 2019 vond een woninginbraak plaats in Amsterdam waarbij een kluis en kostbare goederen werden weggenomen. De politie stelde vast dat drie mannen de woning binnendrongen, zichtbaar op camerabeelden. Verdachte werd door verschillende verbalisanten herkend op deze beelden, deels via gezichtsvergelijkingen en deels via herkenningen.
De rechtbank beoordeelde de betrouwbaarheid van deze herkenningen kritisch. De gezichtsvergelijkingen bleken onvoldoende onderscheidende kenmerken te bevatten en werden als bewijsmiddel terzijde geschoven. De herkenningen van verbalisanten die verdachte pas tijdens het verhoor zagen, hadden beperkte waarde vanwege voorkennis. De herkenning door een verbalisant die verdachte kende, maar lang niet had gezien, werd eveneens als beperkt betrouwbaar beoordeeld.
Gezien het ontbreken van ander objectief bewijs en de beperkte bewijskracht van de herkenningen, concludeerde de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte betrokken was bij de inbraak. Verdachte werd daarom vrijgesproken. Daarnaast werd een in beslag genomen hoeveelheid hennep onttrokken aan het verkeer en de vordering van de benadeelde partij afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij de woninginbraak.