ECLI:NL:RBAMS:2020:527
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beschikking op bezwaarschrift tegen DNA-afname en opname minderjarige veroordeelde
De rechtbank Amsterdam behandelde een bezwaarschrift van een minderjarige veroordeelde tegen het bevel tot afname van zijn DNA en opname in de DNA-databank. De veroordeelde was veroordeeld tot een leerstraf van 20 uur wegens afpersing. De raadsman voerde aan dat de afname en opname in strijd waren met het Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind en dat geen zorgvuldige belangenafweging had plaatsgevonden.
De officier van justitie erkende dat bij een leerstraf geen DNA-afname en verwerking plaatsvindt en stelde het bezwaarschrift gegrond. De rechtbank stelde vast dat het misdrijf onder artikel 67 lid 1 Sv Pro valt en dat de wettelijke voorwaarden voor DNA-afname in beginsel voldaan zijn. Echter, vanwege de minderjarige leeftijd en de lichte strafmaat achtte de rechtbank de maatregel disproportioneel volgens artikel 2 lid 1 onder Pro b van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden.
De rechtbank verklaarde het bezwaarschrift gegrond, beval vernietiging van het afgenomen DNA-materiaal en wees het verzoek tot vergoeding van rechtsbijstandkosten af wegens gebrek aan wettelijke grondslag. Tegen deze beschikking is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt gegrond verklaard en het DNA-materiaal van de minderjarige veroordeelde wordt vernietigd.