Uitspraak
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
4.Strafbaarheid
5.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW
6.Slotsom
nietop het feit ‘aanmatiging van naam’ zien - waarvoor de overlevering wordt gevraagd is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering voor die feiten te worden toegestaan.
7.Toepasselijke wetsartikelen
8.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan de onderzoeksrechter van de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen (België) ten behoeve van het in België tegen haar gerichte strafrechtelijk onderzoek naar de feiten 1, 8, 19, 20, 33, 34, 35 en 36 en de feiten 6, 7, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 21, 22, 23, 26, 27, 29, 30, 31, 32, 37, 39 en 41 - voor zover deze
nietop het feit ‘aanmatiging van naam’ zien - waarvoor haar overlevering wordt verzocht.
[opgeëiste persoon]voor de feiten 6, 7, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 21, 22, 23, 26, 27, 29, 30, 31, 32, 37, 39 en 41 zover het EAB betrekking heeft de kwalificatie ‘aanmatiging van naam’.
[opgeëiste persoon]voor zover het EAB betrekking heeft op de feiten 2, 3, 4, 5, 9, 24, 25, 28, 38 en 40.