Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
980,00
Rechtbank Amsterdam
Eiseres had een betaalrekening bij ING en gebruikte de ING App. Op 18 juni 2020 werd een nieuw device gekoppeld aan haar rekening, gevolgd door ongebruikelijk veelvuldig inloggen. Op 24 juni 2020 werd via haar rekening een bedrag van € 8.255,00 ontvangen van een derde die aangifte deed van WhatsApp-fraude. Diverse pogingen tot overboekingen volgden, waarvan sommige niet werden uitgevoerd vanwege blokkering van de rekening.
Eiseres vorderde in kort geding dat ING haar gegevens uit het Incidentenregister en het Extern Verwijzingsregister verwijderde en de blokkering van haar rekening opheft. ING stelde dat eiseres voldoende aanwijzingen gaf voor betrokkenheid bij fraude, mede door het gebruik van de ING App en het koppelen van een nieuw device vanaf haar IP-adres.
De rechtbank oordeelde dat ING bevoegd was de relatie op te zeggen en de registratie te verrichten, dat eiseres onvoldoende gemotiveerd had betwist dat zij bij de fraude betrokken was, en dat de verwerking van haar gegevens rechtmatig was op grond van AVG en het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen. De vorderingen werden afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres af en bevestigt de beëindiging van de bankrelatie en registratie in het Incidentenregister.