ECLI:NL:RBAMS:2020:5427
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opzegging slapend dienstverband en toekenning transitievergoeding
Werknemer is sinds april 2013 volledig arbeidsongeschikt en heeft sindsdien geen werkzaamheden meer verricht voor werkgever. Hij vordert dat werkgever de arbeidsovereenkomst op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid opzegt en hem een transitievergoeding toekent. Werknemer beroept zich op het Xella-arrest, waarin de Hoge Raad oordeelde dat goed werkgeverschap vereist dat slapende dienstverbanden worden beëindigd met vergoeding indien compensatie mogelijk is.
Werkgever voert verweer met onder meer rechtsverwerking en wijst op het einde van de arbeidsovereenkomst bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst niet van rechtswege is geëindigd en dat de compensatieregeling niet van toepassing is omdat het dienstverband voor 1 juli 2015 slapend is geworden.
De kantonrechter volgt de uitleg dat de werkgever niet gehouden is tot opzegging en vergoeding indien hij geen compensatie ontvangt. De vordering wordt afgewezen en werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten. De gezondheid van werknemer is broos, maar dit leidt niet tot een ander oordeel.
Uitkomst: De vordering tot opzegging van het slapend dienstverband met toekenning van een transitievergoeding wordt afgewezen.