ECLI:NL:RBAMS:2020:5440
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten raadsman na onvoorwaardelijk sepot mishandeling
Verzoekster werd op 15 maart 2015 aangehouden op verdenking van mishandeling. De strafzaak tegen haar werd op 26 maart 2020 onvoorwaardelijk geseponeerd vanwege het verstrijken van vijf jaar (oud feit). Verzoekster diende een verzoek in op grond van artikel 530 Sv Pro tot vergoeding van kosten voor haar raadsman en de procedurekosten.
De rechtbank beoordeelde dat het verzoek tijdig was ingediend en dat er gronden van billijkheid waren om de vergoeding toe te kennen. Hoewel het dossier belastende omstandigheden bevatte, kon niet worden geoordeeld dat de kosten voor rechtsbijstand voor risico van verzoekster moesten blijven. De raadsman had bovendien toegelicht welke onderzoekshandelingen hij zou hebben verricht bij een inhoudelijke behandeling.
De rechtbank kende een vergoeding van € 1.355,51 toe voor de kosten van de raadsman en € 550,00 voor het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift. De beschikking werd op 16 oktober 2020 in het openbaar uitgesproken door rechter L. Dolfing.
Uitkomst: De rechtbank kent een vergoeding toe van in totaal € 1.905,51 voor kosten raadsman en procedurekosten na onvoorwaardelijk sepot.