Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Procesgang
2.Inhoud van het klaagschrift
3.Standpunt van het Openbaar Ministerie
4.Beoordeling
5.Beslissing
ongegrond.
Rechtbank Amsterdam
Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen de inbeslagname van zijn hond, die betrokken was bij een bijtincident op 3 april 2020. De rechtbank heeft het klaagschrift samen met een eerder ingediend klaagschrift behandeld.
Het Openbaar Ministerie heeft het standpunt ingenomen dat de hond niet kan worden teruggegeven vanwege de belangen van derden en de agressieve aard van de hond. Uit de stukken blijkt dat de hond meerdere bijtincidenten heeft veroorzaakt en agressief gedrag vertoont, zoals bevestigd door een assessmentteam van de Universiteit Utrecht. Klager betwist dat de hond tijdens het incident niet aangelijnd was, maar deze stelling wordt door getuigenverklaringen betwist.
De rechtbank heeft geoordeeld dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter de hond zal onttrekken aan het verkeer, mede gezien de eerdere incidenten en het advies tot chemische castratie en herplaatsing. Daarom wordt het klaagschrift ongegrond verklaard en blijft het beslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard en het beslag op de hond blijft gehandhaafd.