Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2020:5826

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 november 2020
Publicatiedatum
26 november 2020
Zaaknummer
C/13/680916 / HA ZA 20-284
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1018c lid 5 RvArt. 1018f RvArt. 1018g Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanwijzing Stichting Stop Online Shaming als exclusieve belangenbehartiger in collectieve actie

De rechtbank Amsterdam heeft in deze civiele zaak Stichting Stop Online Shaming (SOS) aangewezen als exclusieve belangenbehartiger in een collectieve actie tegen de exploitant van een website waarop personen tegen hun wil zichtbaar zijn geweest.

Het tussenvonnis van 28 oktober 2020 is aangevuld met bepalingen over de wijze waarop de personen voor wier belangen SOS optreedt, geïnformeerd moeten worden. Dit betreft onder meer het publiceren van het vonnis en een advertentie in landelijke dagbladen, en het bieden van een mogelijkheid tot opt-out of opt-in, afhankelijk van de woonplaats en wensen van de betrokkenen.

De rechtbank heeft partijen de gelegenheid gegeven zich uit te laten over de praktische invulling van deze voorschriften en de te plaatsen advertentie. Tevens is bepaald dat het vonnis wordt geregistreerd in het centraal register voor collectieve vorderingen. Verdere beslissingen worden aangehouden en de zaak wordt op 16 december 2020 op de rol gezet voor akte-uitwisseling.

Uitkomst: Stichting Stop Online Shaming is aangewezen als exclusieve belangenbehartiger met voorwaarden voor kennisgeving en publicatie.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/680916 / HA ZA 20-284
Vonnis van 18 november 2020
in de zaak van
1. de stichting
STICHTING STOP ONLINE SHAMING,
gevestigd te Amsterdam,
2. de stichting
STICHTING EXPERTISEBUREAU ONLINE KINDERMISBRUIK,
gevestigd te Amsterdam,
eiseressen,
advocaat mr. O.M.B.J. Volgenant te Amsterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. W.F. Dammers te Tilburg.
Eiseressen zullen hierna samen wederom de Stichtingen genoemd worden en afzonderlijk SOS en EOK; gedaagde zal hierna wederom [gedaagde] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Bij het tussenvonnis van 28 oktober 2020 is, voor zover hier van belang, SOS aangewezen als exclusieve belangenbehartiger en is bepaald dat ook EOK proceshandelingen mag verrichten, met dien verstande dat deze beperkt dienen te zijn tot de belangen van kinderen, overeenkomstig haar statutaire doel.
1.2.
Het onderhavige vonnis is ambtshalve bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Het tussenvonnis van 28 oktober 2020 behoeft aanvulling. Dit betreft het bepaalde in de artikelen 1018f en 1018g Rv. De rechtbank had hierover ambtshalve moeten beslissen, maar heeft dat in genoemd tussenvonnis nog niet gedaan en doet dat in dit aanvullend vonnis alsnog.
2.2.
Artikel 1018f Rv verbindt aan de aanwijzing van SOS als exclusieve belangenbehartiger een aantal voorschriften die ertoe strekken dat de personen voor wier belangen zij opkomt van die aanwijzing in kennis worden gesteld en zich kunnen beraden op hun positie (‘opt out’, lid 1, dan wel ‘opt in’, lid 5). Alvorens deze voorschriften, voor zover nodig, te concretiseren, zal de rechtbank partijen, eerst de Stichtingen en vervolgens [gedaagde] , in de gelegenheid stellen zich bij akte uit te laten over de praktische invulling daarvan.
2.3.
Dit betreft allereerst de vraag of het onderhavige vonnis en het tussenvonnis van 28 oktober 2020 (en eventueel een vertaling daarvan in een of meer andere talen dan de Nederlandse taal) op de voet van artikel 1018f lid 2 Rv op een of meer internetadressen dienen te worden geplaatst.
2.4.
In dit verband wordt erop gewezen dat de griffier van de rechtbank het tussenvonnis van 28 oktober 2020 (in de Nederlandse taal) reeds heeft aangetekend in het centraal register voor collectieve vorderingen en gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Met het onderhavige vonnis zal hetzelfde geschieden.
2.5.
Dit betreft voorts de vraag in hoeverre de achterban van SOS bestaat uit “bekende personen” wier belangen zij in deze collectieve vordering behartigt en die dus bij “gewone brief” kunnen worden aangeschreven; zie artikel 1018f lid 3 Rv. Daarbij merkt de rechtbank op dat zij blijkens die bepaling “anders kan bepalen”, hetgeen zou kunnen betekenen dat de rechtbank bepaalt dat het aanschrijven van de “bekende personen” achterwege kan blijven.
2.6.
Artikel 1018f lid 3 Rv bepaalt verder:
“Bovendien wordt hiervan zo spoedig mogelijk aankondiging gedaan in één of meer door de rechter aan te wijzen nieuwsbladen. Hierbij wordt telkens op een door de rechter aan te geven wijze melding gemaakt van de wijze waarop deze personen zich overeenkomstig het eerste lid van de behartiging van hun belangen in deze collectieve vordering kunnen bevrijden, of overeenkomstig het vijfde lid met de behartiging van hun belangen in deze collectieve vordering instemmen.”
2.7.
De rechtbank is voornemens ter uitvoering van het hiervoor onder 2.6 aangehaalde voorschrift te bevelen dat in een aantal landelijke dagbladen de volgende advertentie wordt geplaatst:
Bent u tegen uw wil zichtbaar (geweest) op de website [url] ?
Stichting Stop Online Shaming voert bij de rechtbank Amsterdam een procedure tegen de exploitant van de website
[url]ten behoeve van personen die daarop tegen hun wil zichtbaar zijn (geweest). Wilt u daarover meer informatie, kijk dan op
stoponlineshaming.org.
Wilt u niet dat ook uw belangen in deze procedure worden behartigd, of hebt u geen woonplaats of verblijf in Nederland, maar wilt u juist wel dat ook uw belangen worden behartigd, kijk dan op
www.rechtspraak.nl/[precieze webadres volgt]voor meer informatie en stuur vervolgens een bericht aan Rechtbank Amsterdam, Team Handel, Postbus 84500, 1080 BN Amsterdam. Vermeld daarin dat uw verzoek betrekking heeft op zaak/rolnummer C/13/680916 / HA ZA 20-284 (Stichting Stop Online Shaming). U kunt dit doen tot en met 31 maart 2021.
2.8.
De rechtbank is voorts voornemens op de website van de rechtbank Amsterdam (onderdeel van www.rechtspraak.nl) en/of het centraal register voor collectieve vorderingen de volgende tekst te doen plaatsen:
Collectieve actie van Stichting Stop Online Shaming tegen de exploitant van de website [url]
Stichting Stop Online Shaming voert bij de rechtbank Amsterdam een procedure tegen de exploitant van de website
[url]ten behoeve van personen die daarop tegen hun wil zichtbaar zijn (geweest). Dit heet een “collectieve actie”. De genoemde stichting is door de rechtbank aangewezen als exclusieve belangenbehartiger.
Wilt u over deze collectieve actie meer informatie, kijk dan op
stoponlineshaming.org. De volledige dagvaarding in deze zaak leest u
hier.
Niet meedoen of juist wel meedoen
Als u behoort tot de groep van personen voor wie Stichting Stop Online Shaming opkomt en u vindt het goed dat deze stichting ook uw belangen behartigt, dan hoeft u niets te doen.
Als u niet wilt dat ook uw belangen in deze procedure worden behartigd (bijvoorbeeld omdat u hierover zelf een procedure wilt voeren), dan kunt u dat aan de rechtbank kenbaar maken. U bent dan niet aan de uitspraak in deze zaak gebonden, maar u kunt er ook geen rechten aan ontlenen.
Als u geen woonplaats of verblijf in Nederland hebt, heeft de collectieve actie geen betrekking op uw belangen. Dat is alleen anders als u kenbaar maakt dat u wilt dat de stichting ook voor uw belangen optreedt. Als de vorderingen van Stichting Stop Online Shaming geheel of gedeeltelijk worden toegewezen, kunt u daaraan rechten ontlenen, maar als deze worden afgewezen, bent u daaraan gebonden.
Wilt u niet dat ook uw belangen in deze procedure worden behartigd, of hebt u geen woonplaats of verblijf in Nederland, maar wilt u juist wel dat ook uw belangen worden behartigd, stuur dan een brief aan Rechtbank Amsterdam, Team Handel, Postbus 84500, 1080 BN Amsterdam. U kunt dit doen tot en met 31 maart 2021.
U kunt de volgende teksten gebruiken:
“Ik wil niet dat in de collectieve actie van Stichting Stop Online Shaming (zaak/rolnummer C/13/680916 / HA ZA 20-284) mijn belangen worden behartigd en wens mij daarvan te bevrijden.”
OF
“Ik heb geen woonplaats of verblijf in Nederland, maar stem ermee in dat in de collectieve actie van Stichting Stop Online Shaming (zaak/rolnummer C/13/680916 / HA ZA 20-284) ook mijn belangen worden behartigd.”
2.9.
Partijen zullen zich bij akte mogen uitlaten over deze voorgenomen teksten en over de landelijke dagbladen waarin de bedoelde advertentie geplaatst zou moeten worden.
2.10.
De rechtbank heeft in de voorgenomen teksten de naam van [gedaagde] vermeden, enerzijds om zijn persoonlijke levenssfeer te beschermen, anderzijds omdat [gedaagde] niet onder zijn eigen naam bij het publiek bekend is, maar als exploitant van de website [url] . De rechtbank wijst er in dit verband op dat dit niet wegneemt dat artikel 1018f lid 2, eerste zin (slot) Rv (niet-geanonimiseerde) terinzagelegging van de daar genoemde uitspraak ter griffie voorschrijft.
2.11.
De rechtbank zal partijen tevens in de gelegenheid stellen zich bij diezelfde akte uit te laten over noodzaak en nut van het stellen van een termijn als bedoeld in artikel 1018g Rv. De Stichtingen kunnen in hun akte tevens laten weten of zij behoefte hebben aan het aanvullen van de gronden van de vordering als bedoeld in die bepaling.
2.12.
Anders dan in het tussenvonnis van 28 oktober 2020 is vermeld, is een conclusie van antwoord ten gronde in dit stadium van het geding gezien het bovenstaande nog niet aan de orde. Uiteraard zal [gedaagde] te gelegener tijd in de gelegenheid worden gesteld alsnog een dergelijke conclusie te nemen, waarin hij zijn inhoudelijke verweren kan opnemen.
2.13.
De rechtbank zal de griffier opdragen van dit vonnis aantekening te maken in het centraal register voor collectieve vorderingen.
2.14.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van
16 december 2020voor akte aan de zijde van de Stichtingen (ieder in haar hiervoor onder 1.1 aangeduide rol) als bedoeld in de rechtsoverwegingen 2.3, 2.5, 2.9 en 2.11;
3.2.
bepaalt dat deze rolverwijzing in de plaats komt van de rolverwijzing in het vonnis van 28 oktober 2020;
3.3.
draagt de griffier op van dit vonnis aantekening te maken in het centraal register voor collectieve vorderingen;
3.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel, rechter, bijgestaan door mr. A.A.J. Wissink, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2020.