Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. A.M. Ruijs en van wat verdachte en zijn raadsman mr. R.M.F.R. Ketwaru naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
te weten het betasten van de vagina van [aangeefster] .
T-shirt aan had, terwijl zij op een later moment heeft verklaard dat hij een hemd droeg.
Dit is weliswaar tegenstrijdig maar dat doet niet ter zake, omdat het juist van belang is dat [aangeefster] consequent heeft verklaard dat verdachte verder geen kleren aan had, en dat hij dus naakt was aan zijn onderlichaam op het moment dat hij op haar lag. Bovendien worden de verklaringen van [aangeefster] wel degelijk door de getuigenverklaring van haar huisgenoot, [getuige] , ondersteund. Hij was er weliswaar niet bij, maar verklaart wel dat verdachte, vlak nadat [aangeefster] de woning had verlaten, tegen hem had gezegd dat hij (verdachte) [aangeefster] heeft aangeraakt, maar dat hij haar niet heeft verkracht. Deze woorden kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet worden uitgelegd als dat verdachte zou hebben bedoeld dat hij haar enkel naar haar kamer zou hebben gebracht, zoals verdachte betoogt, maar duiden eerder op een – summiere – schuldbekentenis. Dat verdachte vervolgens aan [getuige] heeft gevraagd te liegen tegen de politie en dat hij direct de sloten van de woning heeft vervangen, kan evenmin duiden op zijn onschuld, temeer omdat verdachte daar geen plausibele verklaring voor heeft gegeven.
4.Bewezenverklaring
- bovenop die [aangeefster] is gaan liggen en,
- het betasten van de vagina van die [aangeefster] .
5.Strafbaarheid
6.Motivering van de straf en maatregel
De officier van justitie houdt daarbij rekening met de overschrijding van de redelijke termijn van 20 maanden en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, onder meer dat hij sinds dit feit niet meer in aanraking is geweest met justitie.
Ten tweede is de huidige neerslachtige gemoedstoestand van verdachte zorgelijk, evenals de afwezigheid van dagbesteding, zijn cannabisgebruik en het sociale isolement waarin hij lijkt te verkeren. Bij veroordeling acht de reclassering een behandeling bij De Waag en een
26 november 2020, een overschrijding van de redelijke termijn met bijna 27 maanden.
12 december 2017, 14 maart 2018 én op 1 juni 2018 per brief uitgenodigd voor verhoor.
(€ 750,- aan eigen risico, € 54,30 aan reis- en parkeerkosten en € 41,80 aan kosten voor het opvragen van medische informatie). Verder vordert de benadeelde partij € 6,10 aan proceskosten, € 50,- aan toekomstige proceskosten en € 3.000,- aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
€ 3.000,- (drieduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade, beiden te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de voldoening.