Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster,
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder,
[adviesbureau], te Amsterdam.
Rechtbank Amsterdam
De gemeente Amsterdam verleende op 22 juli 2020 een omgevingsvergunning voor het kappen van een es in de achtertuin van een woning. Verzoekster, een buurvrouw, maakte bezwaar tegen deze vergunning en stelde dat de boom gezond is en dat het kappen schade kan toebrengen aan nabijgelegen monumentale populieren. Ook voerde zij aan dat de herplantplicht niet kan worden nagekomen.
Na onderzoek door een door de gemeente ingeschakelde boomdeskundige, die de boom op locatie heeft beoordeeld, concludeerde deze dat de es geen bijzondere waarde heeft en in matige tot goede conditie verkeert, maar dat kap gerechtvaardigd is met een herplantplicht. De voorzieningenrechter stelde vast dat de gemeente zorgvuldig heeft gehandeld en dat het advies van de deskundige betrouwbaar is.
De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het belang van vergunninghouder bij het kappen zwaarder weegt dan het belang van verzoekster bij het behoud van de boom. De voorzieningenrechter wees het beroep ongegrond en verwierp ook het verzoek om een voorlopige voorziening. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de kapvergunning voor de es wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.