Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechterkort geding
[gedaagde] , wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. M. Kartal.
Rechtbank Amsterdam
De huurder, die vanwege psychische problemen onder curatele staat van zijn vader, huurde sinds 2015 een woning in Amsterdam. In maart 2020 vond een politie-inval plaats waarbij in de woning twee personen werden aangetroffen, waaronder een verdachte in een internationaal drugsonderzoek en een gezochte crimineel. Tevens werden softdrugs en een vuurwapen gevonden. De woning werd vermoedelijk als safehouse gebruikt.
Stadgenoot, de verhuurder, sommeerde de curator de huurovereenkomst op te zeggen, maar de curator weigerde. Er werd een vaststellingsovereenkomst voorgesteld om de huurder begeleid te laten wonen, maar deze werd niet ondertekend. Stadgenoot vorderde daarop ontruiming van de woning.
De curator betwistte dat hij de woning aan derden had gegeven en stelde dat zijn zoon zonder medeweten een persoon had toegelaten. De rechter oordeelde dat de curator onvoldoende toezicht hield en dat de tekortkoming aan hem toe te rekenen is. Daarom werd de subsidiaire vordering toegewezen: ontruiming van de woning, maar pas nadat een begeleid wonen traject met zorgovereenkomst voor de huurder is geregeld.
De gevorderde boete werd afgewezen omdat de tekortkoming niet aan de huurder zelf kon worden toegerekend. De proceskosten werden gecompenseerd. De ontruiming is uitvoerbaar bij voorraad gesteld.
Uitkomst: De curator wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning onder de voorwaarde dat de huurder eerst een begeleid wonen woning met zorgovereenkomst wordt aangeboden.