Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
- [medeverdachte 1] (
- [medeverdachte 2] (
- [medeverdachte 3] (
- [medeverdachte 4]
- [medeverdachte 5] (
als vanzelfsprekend’in de ten laste gelegde periode valselijk zijn opgemaakt dan wel vervalst. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder de feiten 1 en 2 ten laste gelegde en komt daarmee aan de overige verweren niet toe. Het voorgaande leidt er eveneens toe dat het voorwaardelijke verzoek van de raadsman om de heer [naam] alsmede een deskundige op het gebied van werktuigensporen-onderzoek als getuige te horen, geen verdere bespreking behoeft.
4.Bewezenverklaring
subsidiair
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;
opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;
telkens, valsheid in geschrift;
medeplichtigheid aan opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst.
[verdachte], daarvoor strafbaar.
3 (drie) maanden.
taakstraf van 240 uur, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van twee uren per dag.