Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Vrijspraak
- [medeverdachte 1] (
- [medeverdachte 2] (
- [medeverdachte 3] (
- [medeverdachte 4] (
- [medeverdachte 5]
Rechtbank Amsterdam
In de strafzaak tegen verdachte, geboren in 1978, stond hij terecht voor het verwerven, overdragen en voorhanden hebben van een Audi Q3 en diverse gestolen voertuigonderdelen. Het onderzoek 26Prattville richtte zich op voertuigcriminaliteit met meerdere verdachten en opsporingsacties, waaronder afluisterapparatuur in een bedrijfspand.
De officier van justitie eiste bewezenverklaring van de feiten, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte vanwege gebrek aan bewijs, onder meer over het gebruik van het telefoonnummer en het huurderschap van de bedrijfsruimte. Getuigenverklaringen waren onvoldoende en mogelijk belanghebbend.
De rechtbank oordeelde dat niet vaststaat dat verdachte de Audi Q3 heeft verworven of overgedragen, noch dat hij betrokken was bij de gestolen voertuigonderdelen. De verklaringen van getuigen boden onvoldoende steun. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor heling en bezit van gestolen voertuigen en onderdelen.