Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
13 juli 2020 teneinde partijen in de gelegenheid te stellen om een minnelijke regeling te beproeven.
2.De feiten
15 augustus 2019 geantwoord.
17 maart 2020 in verband met de Wet Financieel toezicht (Wft) en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Verder ontbrak inmiddels de vertrouwensrelatie.
3.Het geschil
II. ING te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.De beoordeling4.1.Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de zaak.
890,00
5.De beslissing
10 augustus 2020. [1]