Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
hierna: de officier van justitie), de vorderingen van de benadeelde partijen en van wat verdachte en zijn raadsman mr. E.G.S. Roethof naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
hierna: histo’s) en het gebruik van het wifi-netwerk op de [adres 1] , aan bij de verklaring van aangeefster. De verklaring die verdachte daartegenover heeft gesteld daarentegen is ongeloofwaardig, nu deze lijkt te zijn afgestemd op de verklaringen van de medeverdachten en niet valt te rijmen met de inhoud van de aangetroffen chatgesprekken en filmpjes.
hierna: [medeverdachte 1]), dat met [verdachte] wordt bedoeld [verdachte] (
hierna: verdachte), dat met [medeverdachte 3] wordt bedoeld [medeverdachte 3] (
hierna: [medeverdachte 3]) en dat met [medeverdachte 4] wordt bedoeld [medeverdachte 4] (
hierna: [medeverdachte 4]).
hierna: [naam 7]). Op 30 december 2019 stuurt [naam 7] aan [medeverdachte 1] het bericht dat hij super slim is om zoveel geld te zetten bij iemand die met heel de wereld bevriend is en waar zelfs buren over de vloer komen. [naam 7] gaf aan dat ze het erg vond en dat ze hoopte dat die meid het terug zou geven. Hierop heeft [medeverdachte 1] geantwoord met: “ik kom om iedereen te vernietigen”. Het gesprek eindigde met een bericht van [naam 7] waarin zij aangaf dat het wel goed kwam en dat hij “haar” wel zou vinden.
hierna: [naam 10]). Verbalisant heeft gezien dat [naam 10] achter een rennende verdachte aanrende en heeft [naam 10] horen schreeuwen dat de verdachte een vuurwapen had. De verbalisant is [naam 10] en verdachte uit het zicht verloren. Vervolgens is de verbalisant aangesproken door getuige [getuige 2] die verbalisant heeft verklaard dat hij een jongen zag rennen die het portiek van [adres 2] tot en met [nummer] in rende. Verbalisant heeft [naam 10] bij zich geroepen. [naam 10] heeft aan de verbalisant verklaard dat hij was geslagen door twee jongens. Hij heeft eerst een klap van de een gekregen, waarna een andere jongen een vuurwapen heeft getrokken en hem daarmee in het gezicht heeft geslagen. Vervolgens heeft de verbalisant een melding gekregen dat op [adres 3] een melder een vuurwapen op het dak van haar portiek zag liggen toen de melder naar aanleiding van het geschreeuw naar buiten keek. Verbalisant heeft opgemerkt dat deze locatie 20 meter is verwijderd van de plek van de mishandeling van [naam 10] en dat deze locatie tevens in de lijn van de wegrennende verdachte ligt. Het pistool is onderzocht en bleek een Glock model 26gen 4 te zijn en bleek 10 patronen te bevatten, waarvan één patroon zich in de kamer (van de loop) bevond, zodat het vuurwapen was doorgeladen en voor onmiddellijk gebruik gereed. Het vuurwapen en de houder zijn bemonsterd op mogelijke aanwezigheid van humane biologische celmateriaal. De bemonsteringen op de rechterzijde en linkerzijde van de Glock hebben een DNA-mengprofiel van minimaal drie personen opgeleverd. Na vergelijking van het DNA-mengprofiel met personen in deze strafzaak is een match gevonden met verdachte.
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
30 (dertig) maanden.
vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] gedeeltelijk toetot een bedrag van
€ 7.580,37 (zevenduizend vijfhonderdtachtig euro en zevenendertig eurocent),bestaande uit
€ 2.580,37 (tweeduizend vijfhonderdtachtig euro en zevenendertig eurocent)aan vergoeding van
materiële schadeen
€ 5.000,- (vijfduizend euro)aan vergoeding van
immateriële schade,
te vermeerderen met de wettelijke rentedaarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (31 december 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 63,50 (drieënzestig euro en vijftig eurocent).
hoofdelijke betalingvan het toegewezen bedrag aan [slachtoffer] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens de medeveroordeelden is betaald.
overige niet-ontvankelijkin haar vordering is.
egt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 7.580,37 (zevenduizend vijfhonderdtachtig euro en zevenendertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (31 december 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening, te betalen. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 67 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
[naam dochtertje 1] niet-ontvankelijkin haar vordering.
[naam dochtertje 2] niet-ontvankelijkin haar vordering.
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden.