ECLI:NL:RBAMS:2020:629
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten alleenstaande moeder
Verzoekster, een alleenstaande moeder met twee jonge kinderen, vroeg bijzondere bijstand aan voor de inrichting van haar nieuwe zelfstandige woning. De gemeente Amsterdam wees dit af omdat de kosten voorzienbaar waren en uit het bijstandsinkomen betaald hadden moeten worden door reservering of gespreide betaling.
Verzoekster betoogde dat zij onvoldoende draagkracht had om te reserveren, dat haar woning leeg was en schadelijk voor haar kinderen, en dat het belang van haar kinderen onvoldoende was meegewogen. Tevens verwees zij naar artikel 8 EVRM Pro over respect voor familie- en gezinsleven.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de kosten inderdaad noodzakelijk zijn, maar niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Verzoekster had kunnen anticiperen op de verhuizing en geld kunnen reserveren. Het beleid van de gemeente inzake schuldinvordering is niet van toepassing op bijzondere bijstand. De belangenafweging was zorgvuldig en de "margin of appreciation" van de gemeente werd niet overschreden.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.