ECLI:NL:RBAMS:2020:6811
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter-commissaris wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker, verdachte in een strafzaak, diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris omdat deze het verzoek tot het aansluitend horen van drie getuigen niet honoreerde. Verzoeker stelde dat hierdoor het verdedigingsbelang en de waarheidsvinding werden geschaad, en dat de rechter daardoor de schijn van partijdigheid wekte.
De wrakingskamer overwoog dat een rechterlijke (tussen)beslissing op zichzelf geen grond voor wraking kan zijn, conform de jurisprudentie van de Hoge Raad. De kamer stelde dat er geen objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid bestond en dat de beslissing van de rechter-commissaris om het verhoor niet aan te houden geen persoonlijke benadeling van verzoeker inhoudt.
Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen zonder mondelinge behandeling. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris is afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.