ECLI:NL:RBAMS:2020:6813
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing op wrakingsverzoek tegen politierechter wegens vermeende partijdigheid
De Wrakingskamer van de Rechtbank Amsterdam behandelde een wrakingsverzoek van een verdachte in een strafzaak, gericht tegen de politierechter. Verzoeker stelde dat de politierechter vooringenomen en partijdig zou zijn, mede vanwege een eerdere afwijzing van een verzoek tot aanhouding en uitstel.
De rechtbank overwoog dat een rechter krachtens zijn aanstelling onpartijdig wordt vermoed, tenzij het tegendeel wordt bewezen. Het wrakingsverzoek was afhankelijk gesteld van een toekomstige beslissing van de politierechter, die nog niet was genomen. Volgens vaste jurisprudentie kan een rechterlijke beslissing, en dus ook een mogelijke toekomstige beslissing, geen grond voor wraking zijn.
Daarom verklaarde de Wrakingskamer het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk en oordeelde dat het verzoek kennelijk was ingediend met het doel om uitstel van de zitting te verkrijgen. De rechtbank stelde dat een volgend wrakingsverzoek van dezelfde verzoeker in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen politierechter wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van gegronde feiten en misbruik van wrakingsinstrument.