ECLI:NL:RBAMS:2020:6830
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en verzoek voorlopige voorziening wegens niet tijdig beslissen op aanvraag opvang
Verzoekster heeft op 23 november 2020 een melding gedaan voor opvang en begeleiding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en op 30 november 2020 een aanvraag ingediend voor onverwijlde opvang. Op 1 december 2020 stelde zij beroep in wegens het niet tijdig beslissen op deze aanvraag en verzocht om een voorlopige voorziening.
Verzoekster stelt dat zij met haar minderjarige kind de thuissituatie heeft verlaten en bij een kennis verblijft die haar voor het einde van november 2020 heeft verzocht te vertrekken, waardoor sprake zou zijn van een spoedeisende opvangnoodzaak. De rechtbank constateert echter dat de aangeleverde informatie en onderbouwing onvoldoende zijn om het beroep en het verzoek inhoudelijk te kunnen beoordelen.
De verklaring van de kennis biedt geen duidelijk bewijs dat verzoekster en haar kind na 30 november 2020 niet langer welkom zijn, en verzoekster heeft nagelaten het beroep en het verzoek nader te motiveren ondanks de urgentie. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk ongegrond is en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wegens niet tijdig beslissen en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.