Op 22 september 2020 trof de politie in de woning van verzoekers een grote hoeveelheid harddrugs, een vuurwapen, patronen en contant geld aan. Op 26 november 2020 legde de burgemeester een last onder bestuursdwang op, waarbij de woning gesloten zou worden als verzoekers dit niet vóór 4 december 2020 deden.
Verzoekers maakten bezwaar en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening en het treffen van een ordemaatregel. De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester onvoldoende had onderbouwd waarom het besluit niet geschorst kon worden tot de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening op 17 december 2020.
Daarom werd het verzoek om een ordemaatregel toegewezen en het besluit geschorst tot de zitting. De voorzieningenrechter benadrukte dat dit geen inhoudelijke beoordeling van het besluit was en hield verdere beslissingen aan. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.