ECLI:NL:RBAMS:2020:6831

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 december 2020
Publicatiedatum
3 januari 2021
Zaaknummer
AMS 20/6350
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing last onder bestuursdwang wegens onvoldoende onderbouwing bij groot tijdsverloop

Op 22 september 2020 trof de politie in de woning van verzoekers een grote hoeveelheid harddrugs, een vuurwapen, patronen en contant geld aan. Op 26 november 2020 legde de burgemeester een last onder bestuursdwang op, waarbij de woning gesloten zou worden als verzoekers dit niet vóór 4 december 2020 deden.

Verzoekers maakten bezwaar en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening en het treffen van een ordemaatregel. De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester onvoldoende had onderbouwd waarom het besluit niet geschorst kon worden tot de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening op 17 december 2020.

Daarom werd het verzoek om een ordemaatregel toegewezen en het besluit geschorst tot de zitting. De voorzieningenrechter benadrukte dat dit geen inhoudelijke beoordeling van het besluit was en hield verdere beslissingen aan. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het bestreden besluit tot last onder bestuursdwang wordt geschorst tot de zitting van 17 december 2020 wegens onvoldoende onderbouwing door de burgemeester.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 20/6350

beslissing van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekers] , te Diemen, verzoekers

(gemachtigde: mr. I.A. Kamans),
en
de burgemeester van Diemen, verweerder
(gemachtigde: mr. J. Bakker).

Procesverloop

Met het besluit van 26 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan verzoekers een last onder bestuursdwang opgelegd.
Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verder hebben verzoekers de voorzieningenrechter gevraagd een ordemaatregel te treffen.

Overwegingen

1. Uit de stukken is gebleken dat de politie eenheid Amsterdam op 22 september 2020 in de woning van verzoekers aan [adres] (de woning) een grote hoeveelheid harddrugs, een vuurwapen, losse patronen, een patroonhouder inclusief patronen en contant geld ter waarde van € 10.540,- heeft aangetroffen. Verder is gebleken dat de voorlopige hechtenis van [naam] op 1 oktober 2020 is geschorst.
2. Eerst met het bestreden besluit heeft verweerder een last onder bestuursdwang opgelegd die inhoudt dat als verzoekers de woning niet vóór 4 december 2020, 12.00 uur sluiten of laten sluiten, verweerder de woning met bestuursdwang zal sluiten voor een periode van drie maanden.
3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder gelet op het grote tijdsverloop tussen 22 september 2020 en 4 december 2020 onvoldoende/niet heeft onderbouwd waarom het bestreden besluit niet kan worden geschorst tot de datum waarop het verzoek om
een voorlopige voorziening wordt behandeld namelijk op17 december 2020 om 16.00 uur. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een ordemaatregel te treffen daarom toe.
4. De voorzieningenrechter benadrukt dat deze beslissing geen juridisch inhoudelijke beoordeling is van het verzoek om een voorlopige voorziening en dus evenmin een oordeel is over de rechtmatigheid van het bestreden besluit. De voorzieningenrechter houdt iedere verdere beslissing aan met betrekking tot het verzoek.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- treft de ordemaatregel dat het bestreden besluit wordt geschorst tot en met de zitting van 17 december 2020 van de voorzieningenrechter;
- houdt iedere verdere beslissing aan met betrekking tot het verzoek om een voorlopige voorziening;
- bepaalt dat deze ordemaatregel vervalt indien het verzoek om een voorlopige voorziening wordt ingetrokken.
Deze uitspraak is gegeven door mr. L.H. Waller, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. Niekel, griffier. De beslissing is bekend gemaakt aan partijen op 2 december 2020.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.