ECLI:NL:RBAMS:2020:7046
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering nakoming omgangsregeling in kort geding wegens lopende bodemprocedure
De zaak betreft een vordering van de vader om de omgangsregeling uit 2017 na te komen, waarin omgang met zijn minderjarige kind was vastgesteld. De voogdij berust bij de William Schrikker Stichting (WSS), die een wijziging van de omgangsregeling heeft verzocht vanwege het welzijn van het kind.
De vader wil de omgangsregeling conform de beschikking van 2017 weer laten gelden, met name het weekendcontact met overnachting. WSS voert aan dat het kind inmiddels heeft aangegeven niet meer te willen overnachten en zich soms onveilig voelt bij de vader, mede door het geloofsgerelateerde gedrag en negatieve uitlatingen van de vader over WSS en het pleeggezin.
De voorzieningenrechter overweegt dat nakoming van rechterlijke uitspraken uitgangspunt is, maar dat het belang van het kind voorop staat. Omdat de wensen van het kind onduidelijk zijn en nader onderzoek in de bodemprocedure noodzakelijk is, wordt de vordering afgewezen. De omgangsregeling zoals voorgesteld door WSS wordt voorlopig voortgezet. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: De vordering tot nakoming van de omgangsregeling wordt afgewezen vanwege lopende bodemprocedure en onduidelijkheid over het belang van de minderjarige.