Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
(…)
(…) Bij deze wil ik vertellen dat [eiser] mijn goeie vriend is sinds 1989 en we af en aan een romantische periode hebben gekend.
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een executiegeschil over de ontruiming van een woning die sinds 2015 door eiser wordt gehuurd van Eigen Haard. De kantonrechter heeft bij vonnis van 29 september 2020 de huurovereenkomst ontbonden en eiser veroordeeld tot ontruiming, omdat onvoldoende is komen vast te staan dat eiser zijn hoofdverblijf in de woning had. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Eiser stelde in kort geding dat de tenuitvoerlegging van het vonnis geschorst moet worden totdat het hoger beroep is behandeld, omdat hij nieuwe bewijsstukken heeft ingebracht die zijn hoofdverblijf in de woning onderbouwen. Eigen Haard voerde aan dat zij bevoegd is tot ontruiming en dat eiser bij zijn vriendin kan intrekken.
De voorzieningenrechter overwoog dat in executiegeschillen de belangenafweging moet worden gemaakt zonder de kans van slagen van het hoger beroep mee te wegen, maar wel rekening houdend met het ontbreken van een gemotiveerde uitvoerbaarverklaring bij voorraad door de kantonrechter. Gelet op het grote belang van eiser bij behoud van de woning, de reële kans dat de woning na ontruiming niet meer beschikbaar is, en het discutabele uitgangspunt dat eiser bij zijn ex-vriendin kan intrekken, weegt het belang van eiser zwaarder dan dat van Eigen Haard.
De rechtbank schorst daarom de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis tot het hoger beroep is beslist en veroordeelt Eigen Haard in de proceskosten. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis wordt geschorst totdat het hoger beroep is beslist.