Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[plaats] .
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam heeft op 14 oktober 2020 uitspraak gedaan in een zaak betreffende ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De verdachte werd veroordeeld voor meervoudige verduistering van geldbedragen uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking bij Waternet.
De rechtbank baseerde zich op de bekennende verklaring van de verdachte, aangiften en een overzicht van bankbijschrijvingen van Waternet. De verdachte had vijfmaal een factuur aangepast, waardoor in totaal € 1.484.156,70 op zijn bankrekening werd gestort. De rechtbank achtte dit bedrag het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De verdediging stelde dat een deel van de hoofdsom was terugbetaald via verkoop van een boot en conservatoir beslag, maar kon dit niet bewijzen. De rechtbank hield daarom geen rekening met deze terugbetalingen en legde de volledige ontnemingsmaatregel op.
De rechtbank legde aan de verdachte de verplichting op om het bedrag van € 1.484.156,70 aan de Staat te betalen en bepaalde de maximale duur van gijzeling op drie jaar. De uitspraak is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Ontneming van € 1.484.156,70 aan wederrechtelijk verkregen voordeel opgelegd aan verdachte.