Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
mr. A.M. Ruijs, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. G.R. Stolk, advocaat te Schiedam, naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
3.Inleiding
4.Fouten in het vooronderzoek
5.Waardering van het bewijs
6.Bewezenverklaring
7.Strafbaarheid van de feiten
8.Strafbaarheid van verdachte
9.Motivering van de straf
10.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
(begroot conform het ‘Salarissen in rolzaken kanton’), uitgaande van de hoogte van de vordering, bepaald op € 300,- (twee punten à € 150,-, waarvan één voor het opstellen en indienen van het voegingsformulier en één voor de behandeling ter zitting).
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
vijf jaar.
wijstde vordering van [slachtoffer 2] gedeeltelijk
toetot een bedrag van € 1.100 (elfhonderd euro), bestaande uit € 350,- (driehonderdvijftig euro) materiële schadevergoeding en € 750,- (zevenhonderdvijftig euro) immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd, zijnde 24 april 2019, tot aan de dag van de algehele voldoening.
niet-ontvankelijkin zijn vordering.
mrs. E.M.M. Gabel en M. Snijders Blok-Nijensteen rechters,