ECLI:NL:RBAMS:2020:7265
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na uitspraak in ondertoezichtstelling
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die de ondertoezichtstelling van haar minderjarige zoon behandelde. De mondelinge behandeling vond plaats op 21 oktober 2020, waarbij direct na sluiting van de behandeling mondeling uitspraak werd gedaan.
Verzoekster stelde dat de rechter geen hoor en wederhoor toepaste en haar belette te spreken, en dat de rechter geïrriteerd was. Op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een rechter worden gewraakt indien feiten of omstandigheden de onpartijdigheid in gevaar brengen.
De Wrakingskamer oordeelde echter dat het wrakingsverzoek niet tijdig was ingediend, omdat het pas na de uitspraak werd gedaan. Hierdoor was de zaak niet langer in behandeling bij de rechter en was verzoekster niet ontvankelijk in haar verzoek. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek vond daarom niet plaats. De beslissing werd op 6 november 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de uitspraak is ingediend.