ECLI:NL:RBAMS:2020:7427
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Echtscheiding en verdeling huwelijksgoederengemeenschap met toewijzing huurrecht en huisdieren
Partijen zijn gehuwd sinds 15 mei 2014 en hebben gezamenlijk verzocht tot echtscheiding wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. De Nederlandse rechter is bevoegd en past Nederlands recht toe op het verzoek tot echtscheiding.
De rechtbank kent het huurrecht van de echtelijke woning toe aan de man, die sinds 1993 in de woning woont en een sterke binding met de buurt heeft, terwijl de vrouw pas sinds 2015 in de woning verblijft en inmiddels elders woont. Beide partijen hebben belang bij het huurrecht, maar de omstandigheden wegen zwaarder voor de man.
De gemeenschap van goederen wordt verdeeld volgens het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 en Nederlands recht, waarbij de peildatum is gesteld op het moment van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding. De enige resterende geschilpunten betreffen de verdeling van de hond en de poes. De rechtbank wijst de poes toe aan de man, omdat deze gebonden is aan de woning die hij blijft bewonen, en de hond aan de vrouw, die de hond vanuit Egypte heeft meegenomen. Partijen wordt aangeraden onderling afspraken te maken over de verzorging van de huisdieren.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken, huurrecht woning toegekend aan man, poes aan man en hond aan vrouw toegewezen.