Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
“Ik zag als ik mij herinner een kat, waarvoor ik moest uitwijken.”Verdachte heeft dit laatste ook op de zitting verklaard.
Rechtbank Amsterdam
Op 10 mei 2019 reed de verdachte in Amsterdam-West opzettelijk met zijn auto op een scooter in waarop [slachtoffer 1] reed. De rechtbank oordeelde dat dit geen ongeluk was, ondanks de verklaring van verdachte dat hij moest uitwijken voor een kat. Uit verklaringen van getuigen en slachtoffers bleek dat verdachte plotseling gas gaf en naar links uitweek om de scooter aan te rijden, met het oogmerk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.
Daarnaast mishandelde verdachte [slachtoffer 2], zijn ex-partner, door haar te duwen, te schoppen, te slaan en bij haar keel en hoofddoek vast te pakken. Tevens bedreigde hij haar met woorden als “ik ga je vermoorden, hoer het is allemaal jouw schuld”.
De rechtbank achtte alle feiten wettig en overtuigend bewezen en verwierp het verweer van de verdachte. Gezien de ernst van de feiten en het strafblad van verdachte legde de rechtbank een taakstraf van 200 uur op, waarvan 40 uur voorwaardelijk, met als bijzondere voorwaarde een ambulante agressie-regulatietraining. Daarnaast werd een schadevergoeding van €500 toegewezen aan [slachtoffer 1] voor materiële schade aan haar scooter.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een ontzegging van de rijbevoegdheid, gezien het ontbreken van een strafblad voor verkeersdelicten en het feit dat het incident plaatsvond in een situatie die door verdachte werd verwacht. De verdachte kreeg een proeftijd van twee jaar en reclasseringstoezicht opgelegd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 200 uur, waarvan 40 uur voorwaardelijk, met een ambulante agressie-regulatietraining en een schadevergoeding van €500 aan het slachtoffer.