De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam legde aan eiser, ondernemer in de BI-zone Osdorp Centrum, een aanslag Bedrijveninvesteringszone (BI-zone) voor het belastingjaar 2018 op van €600. Eiser betwistte de aanslag en stelde dat hij nooit had ingestemd met de BI-zone en dat hij geen profijt had gehad van de BI-zone-activiteiten.
De rechtbank oordeelde dat de aanslag terecht is opgelegd omdat de BI-zone-regeling is vastgesteld na een draagvlakmeting en de bijdrage wettelijk verplicht is voor gebruikers van niet-woonruimten binnen de zone. Het ontbreken van individuele goedkeuring of directe voordelen voor eiser doet hieraan niet af.
Ook het argument dat de bijdrage te hoog is vanwege de kleine oppervlakte van het gehuurde pand faalde, omdat de bijdrage gekoppeld is aan de WOZ-waarde van het afzonderlijke object en niet aan de grootte. De rechtbank concludeerde dat de aanslag van €600 passend is binnen de WOZ-waardeklasse.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.C.S. van Limburg Stirum op 12 februari 2020.