ECLI:NL:RBAMS:2020:892

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 februari 2020
Publicatiedatum
14 februari 2020
Zaaknummer
C/13/679283 / HA ZA 20-169
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 220 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvoeging en afsplitsing van zaken in het Truckkartelproces

In deze civiele procedure betreffende het Truckkartel heeft de rechtbank Amsterdam besloten om de voeging van de onderhavige zaak met meerdere andere aanhangige zaken ongedaan te maken. Dit besluit volgt op de grote hoeveelheid nieuw aangebrachte en verwezen zaken die allen schadeclaims betreffen tegen de truckfabrikanten.

De rechtbank overweegt dat het gelijktijdig behandelen van alle zaken praktisch onmogelijk is en tot onaanvaardbare vertraging zou leiden. Daarom krijgen de nieuw aangebrachte zaken een eigen tijdpad, los van de reeds gevoegde zaken waarvoor op 1 juli 2020 een conclusie van antwoord staat gepland en een mondelinge behandeling in november 2020.

De rechtbank wijst een regiezitting aan op 12 maart 2020, waarin procedureafspraken met partijen zullen worden besproken om de voortgang te bevorderen en vertraging te minimaliseren. Alle verdere beslissingen worden aangehouden.

Het vonnis is in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2020 door drie rechters van de rechtbank Amsterdam.

Uitkomst: Voeging van de onderhavige zaak met andere Truckkartelzaken wordt ongedaan gemaakt en een eigen tijdpad vastgesteld.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/679283 / HA ZA 20-169
Vonnis van 12 februari 2020
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
STEENBERGEN TRANSPORT B.V.,
gevestigd te Bodegraven,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VAN DER LINDEN DIERVOEDERS B.V.,
gevestigd te Helden,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VAN DER LINDEN & CO B.V.,
gevestigd te Helden,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
INTER LOGISTICS B.V.,
gevestigd te Born,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
REFLECTIELIJNEN VAN VELSEN B.V.,
gevestigd te Bodegraven,
6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LOGISTIEK BUREAU RUINEN B.V.,
gevestigd te Ruinen,
eiseressen,
advocaat mr. R.F.P.J. Coppus te Venlo,
tegen
de naamloze vennootschap
DAF TRUCKS N.V.,
gevestigd te Eindhoven,
gedaagde,
advocaat mr. B. Winters te Amsterdam.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het vonnis in incident tot verwijzing van 11 december 2019 van de rechtbank Oost-Brabant.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De beoordeling
2.1.
In het vonnis in incident is deze zaak van rechtswege gevoegd met de volgende bij deze rechtbank aanhangige zaken:
  • C/13/639718 / HA ZA 17-1255 (CDC)
  • C/13/645758 / HA ZA 18-325 (STCC I)
  • C/13/651492 / HA ZA 18-738 (STCC II)
  • C/13/659995 / HA ZA 19-34 (STCC III)
  • C/13/640200 / HA ZA 17-1345 (Chapelton)
  • C/13/649757 / HA ZA 18-617 (Koning & Drenth)
  • C/13/656143 / HA ZA 18-1077 (STEF)
  • C/13/656293 / HA ZA 18-1097 (Baltrans)
  • C/13/656508 / HA ZA 18-1118 (Klacska)
  • C/13/658179 / HA ZA 18-1231 (Via Location)
  • C/13/659129 / HA ZA 18-1330 (Cartel des Camions)
  • C/13/661078 / HA ZA 19-127 (EB Trans)
  • C/13/661079 / HA ZA 19-128 (NLTruckkartel)
  • C/13/661080 / HA ZA 19-129 (Carlsberg)
De zaak C/13/672474 / HA ZA 19-993 (Stichting Antitrust Action Truck Cartel (SAATC)) is in het vonnis in incident niet genoemd, maar hoort ook tot de gevoegde zaken.
2.2.
In de gevoegde zaken is bij rolbeslissing van 30 oktober 2019 bepaald dat de Truckfabrikanten op 1 juli 2020 een conclusie van antwoord moeten nemen.
2.3.
Bij vonnis in incident tot verwijzing van 24 december 2019 is ook de zaak C/13/678990 / HA ZA 20-143 (Adrestia c.s.) door de rechtbank Oost-Brabant op grond van artikel 220 Rv Pro verwezen naar deze rechtbank en van rechtswege gevoegd met de gevoegde zaken.
2.4.
Op 18 december 2019 is de zaak C/13/676949 / HA ZA 19-1359 (STC – Uzdaroji Akcine Bendrove “Palink” c.s.) aangebracht bij deze rechtbank, op 29 januari 2020 gevolgd door de volgende zaken, die alle schadeclaims betreffen tegen wat de rechtbank gemakshalve aanduidt als het Truckkartel:
  • C/13/678997 / HA ZA 20-145 (NLTruckkartel BV (Ewals))
  • C/13/679002 / HA ZA 20-150 (NLTruckkartel (Heisterkamp))
- C/13/679013 / HA ZA 20-156 (NLTruckkartel (SME))
- C/13/679017 / HA ZA 20-157 (Charles SAS c.s.)
- C/13/679071 / HA ZA 20-159 (Geodis SA c.s.)
2.5.
Het aantal recent nieuw aangebrachte zaken en naar deze rechtbank verwezen zaken geeft de rechtbank aanleiding om de onderhavige zaak en de zaken genoemd onder 2.3 en 2.4 (hierna: de nieuwe zaken) een eigen tijdpad te geven ten opzichte van de zaken waarin in de rolbeslissing van 30 oktober 2019 is bepaald dat die voor antwoord staan op 1 juli 2020. In laatstbedoelde zaken zal de mondelinge behandeling plaatsvinden in de week van 23 november 2020. Het is voor de rechtbank praktisch onmogelijk om in die week meer zaken te behandelen dan die waarin thans voor antwoord moet worden geconcludeerd. Alle zaken gelijktijdig behandelen zou een zodanige vertraging opleveren, dat van tijdige rechtspraak geen sprake meer kan zijn. Daarbij komt dat het hier veelal om gelijksoortige zaken gaat, zodat het van belang is dat op enig moment over de hoofdvragen duidelijkheid komt, om de kans te vergroten dat vergelijkbare zaken buiten rechte kunnen worden afgedaan. Bovendien is het ook maar de vraag of het met name voor de rechters menselijkerwijs mogelijk is om nog meer zaken dan de (grote) hoeveelheid die thans al gevoegd behandeld wordt in één keer te behandelen.
2.6.
Het gevolg van het bepalen van een eigen tijdpad voor de nieuwe zaken is dat de onderhavige zaak en de onder 2.3 genoemde zaak (C/13/678990 / HA ZA 20-143) niet langer gevoegd met de hiervoor onder 2.1 genoemde gevoegde zaken zullen worden behandeld. De rechtbank zal deze zaken daarom ambtshalve afsplitsen van de overige zaken en de voeging ongedaan maken.
2.7.
Wat betreft het verdere verloop van de procedure is de rechtbank voornemens dat met (de raadslieden van) partijen in de nieuwe zaken (en mogelijk na heden nieuw aan gebrachte zaken) tijdens een regiezitting te bespreken. Daarbij zal in ieder geval aan de orde komen het maken van procedureafspraken om te bereiken dat deze zaken zo min mogelijk vertraging oplopen. De regiezitting zal plaatsvinden op 12 maart 2020 om 13.30 uur en zal enkelvoudig worden gehouden door mr. R.A. Dudok van Heel als rechter-commissaris.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
maakt de voeging van de onderhavige zaak met de bij deze rechtbank aanhangige zaken genoemd onder 2.1 ongedaan,
3.2.
verwijst de zaak naar de regiezitting van
12 maart 2020 om 13:30 uur,
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, mr. M.A.M. Vaessen en mr. K.A. Maarschalkerweerd, rechters, bijgestaan door mr. J.P.W. Manders, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2020.