Verzoeker verkocht fietsen op de Waterloopleinmarkt met een vergunning. Verweerder constateerde dat verzoeker gebruikte fietsen verkocht die niet in het Digitaal Opkoop Register waren geregistreerd, waaronder een als gestolen geregistreerde fiets. Na een eerste ordebesluit volgde een tweede constatering, waarna verweerder de vergunning introk en een dagvergunning weigerde.
Verzoeker betwistte de kwalificatie van zijn gedrag als 'ernstig wangedrag en bedrog' en vroeg schorsing van het besluit. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het gedrag als ernstig werd aangemerkt, terwijl het stappenplan onderscheid maakt tussen 'wangedrag' en 'ernstig wangedrag'.
De rechter stelde vast dat het niet registreren strafrechtelijke consequenties kan hebben, maar dat dit niet automatisch leidt tot de zwaarste bestuursrechtelijke sancties. De schorsing van het besluit werd toegewezen tot zes weken na de beslissing op bezwaar, en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.