Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
:
Rechtbank Amsterdam
Verzoekster, onder bewind gesteld, heeft een Persoonsgebonden Budget ontvangen dat met terugwerkende kracht is ingetrokken door het Zorgkantoor wegens onjuiste declaraties door de zorgverlener. Het Zorgkantoor vordert een bedrag van €80.976,72, maar biedt aan deze vordering niet bij verzoekster te innen als aan voorwaarden wordt voldaan. De bewindvoerder weigert de vaststellingsovereenkomst te ondertekenen vanwege het risico op aansprakelijkheid, mede omdat er lopende procedures zijn tegen het Zorgkantoor.
Verzoekster verzoekt de kantonrechter om vervangende toestemming te verlenen om namens haar de overeenkomst te ondertekenen. De kantonrechter oordeelt dat het Zorgkantoor zich het recht voorbehoudt derden aansprakelijk te stellen, waaronder mogelijk de bewindvoerder, en dat het niet opportuun is om vooruitlopend op de uitkomst van lopende procedures de bewindvoerder te binden.
Daarom wijst de kantonrechter het verzoek af, waarmee de bewindvoerder niet verplicht wordt de vaststellingsovereenkomst te ondertekenen. Dit beschermt verzoekster tegen mogelijke civielrechtelijke gevolgen zolang de procedures niet zijn afgerond.
Uitkomst: Het verzoek om vervangende toestemming voor ondertekening van de vaststellingsovereenkomst wordt afgewezen.