Eiseres, werkzaam in de sociale advocatuur, voerde een huurrechtzaak namens een cliënte die haar sociale huurwoning dreigde te verliezen wegens langdurige afwezigheid. Zij vroeg de Raad voor Rechtsbijstand om vergoeding van extra uren vanwege de complexiteit van de zaak, maar dit verzoek werd afgewezen. De rechtbank oordeelt dat de zaak feitelijk complex was vanwege uitvoerige inhoudelijke correspondentie en betrokkenheid van overheidsinstanties, waardoor de standaard urenvergoeding onvoldoende was.
De rechtbank benadrukt dat de Raad haar beleid over de doelmatige besteding van extra uren niet te streng en rigide mag toepassen, vooral in huurrechtzaken waar het aantal toegekende punten vaak lager is dan de daadwerkelijk bestede uren. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek en draagt de Raad op een nieuw besluit te nemen binnen zes weken.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de Raad tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres. De uitspraak onderstreept het belang van maatwerk bij de beoordeling van extra uren in gesubsidieerde rechtsbijstand en erkent de complexiteit van huurrechtzaken die verder reikt dan de standaard forfaitaire tijdgrenzen.