ECLI:NL:RBAMS:2021:1261
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte mensenhandel door uitbuiting in prostitutie wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Amsterdam sprak verdachte vrij van mensenhandel door uitbuiting in de prostitutie van zijn (ex-)echtgenote in de periode van 2014 tot 2019. De tenlastelegging was gebaseerd op de verklaringen van aangeefster, die stelde dat verdachte haar had gedwongen en haar inkomsten had afgepakt. Verdachte ontkende deze beschuldigingen en was niet aanwezig bij de zitting.
De rechtbank onderzocht de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster en toetste deze aan het dossier. Hoewel aangeefster onmiskenbaar in de prostitutie werkte, kon niet worden vastgesteld dat zij daartoe was gedwongen of dat verdachte haar inkomsten heeft onttrokken. Diverse ondersteunende verklaringen en documenten boden onvoldoende bewijs voor dwang of uitbuiting. Zo was er geen melding van mishandeling in de lange periode, geen medische onderbouwing van letsel, en waren er geen aanwijzingen voor een luxe levensstijl van verdachte.
De rechtbank concludeerde dat het dossier vooral bestaat uit de aanklacht van aangeefster zonder voldoende objectief steunbewijs. Verdachte werd daarom vrijgesproken. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel was opgelegd. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor mensenhandel door uitbuiting in de prostitutie.