De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een Nederlandse onderdaan aan België op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Belgische justitiële autoriteiten. Het EAB betreft een veroordeling tot 8 jaar gevangenisstraf voor ernstige strafbare feiten, waaronder deelneming aan een criminele organisatie, georganiseerde diefstal en opzettelijke brandstichting. De opgeëiste persoon heeft hoger beroep aangetekend, maar de onmiddellijke aanhouding blijft uitvoerbaar.
Tijdens de procedure heeft de rechtbank de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en het onschuldverweer verworpen. Ook is het verzoek tot weigering van overlevering wegens slechte detentieomstandigheden in België afgewezen. Cruciaal was de terugkeergarantie die België gaf: indien de opgeëiste persoon onherroepelijk wordt veroordeeld, zal hij zijn straf in Nederland mogen ondergaan.
De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen, dat de feiten ook in Nederland strafbaar zijn en dat de terugkeergarantie voldoende is. Gezien het ontbreken van weigeringsgronden werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.