Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te [plaatsnaam] , eiser,
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiser, die sinds 2013 een Wajong-uitkering ontvangt, vroeg op 20 mei 2020 een WIA-uitkering met verkorte wachttijd aan. Het UWV wees deze aanvraag af omdat eiser niet tijdig een verklaring van een bedrijfsarts had overgelegd, zoals wettelijk vereist. Eiser stuurde deze verklaring pas na het bezwaarproces in, waarna het UWV toezegde de aanvraag alsnog te zullen behandelen.
De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht het bezwaar ongegrond heeft verklaard. De wettelijke voorschriften vereisen een verklaring van een bedrijfsarts bij de aanvraag, en het UWV heeft eiser voldoende gelegenheid gegeven deze te overleggen binnen de gestelde termijn. Het feit dat eiser zich in een moeilijke persoonlijke situatie bevond en zichzelf ontoerekeningsvatbaar achtte, leidt niet tot een andere uitkomst.
De toezegging van het UWV om de aanvraag alsnog te behandelen betekent niet dat het bestreden besluit wordt herroepen. De rechtbank handhaaft het besluit en verklaart het beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten aan eiser toegekend. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WIA-aanvraag met verkorte wachttijd wordt ongegrond verklaard.