Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procesgang
2.De inhoud van het klaagschrift
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
gegrond, voor zover de inhouding van het rijbewijs van klager voortduurt tot na 4 maart 2021.
Rechtbank Amsterdam
Klager heeft op 4 januari 2021 de maximumsnelheid met 59 kilometer per uur overschreden, waarna zijn rijbewijs op 5 januari 2021 is ingevorderd. De officier van justitie besloot het rijbewijs vier maanden in te houden tot 5 mei 2021. Klager diende een klaagschrift in voor teruggave van zijn rijbewijs, stellende dat hij spijt heeft van de overtreding en het rijbewijs dringend nodig heeft voor zijn werk als eigenaar van een autobedrijf.
De officier van justitie erkende de overtreding en stelde voor het rijbewijs per 4 maart 2021 te retourneren, met een gedeeltelijk voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid. De rechtbank oordeelde dat de inhouding rechtmatig was, maar gelet op de persoonlijke omstandigheden en eerdere veroordelingen van klager, achtte zij het redelijk om het rijbewijs eerder terug te geven.
De rechtbank verklaarde het klaagschrift deels gegrond en gelast de teruggave van het rijbewijs met ingang van 4 maart 2021, met behoud van de mogelijkheid dat in de strafzaak alsnog een onvoorwaardelijke ontzegging kan worden opgelegd die langer duurt dan de inhouding. Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank gelast de teruggave van het rijbewijs per 4 maart 2021 en verklaart het klaagschrift deels gegrond.