ECLI:NL:RBAMS:2021:1635
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. R.H.C. van Harmelen, kantonrechter te Amsterdam, omdat hij van mening was dat de rechter onbegrijpelijk en zonder motivatie de zaak voor vonnis had verwezen en geen uitstel voor het nemen van een conclusie van dupliek had verleend. Verzoeker stelde dat de rechter vooringenomen en partijdig was.
De wrakingskamer oordeelde dat op grond van artikel 36 Rv Pro een rechter kan worden gewraakt indien feiten of omstandigheden de onpartijdigheid in gevaar brengen. Echter, het gesloten stelsel van rechtsmiddelen betekent dat een rechterlijke beslissing zelf geen grond voor wraking kan zijn. Ook een onjuiste, onbegrijpelijke of gebrekkige motivering vormt geen reden voor wraking, tenzij deze objectief als blijk van vooringenomenheid kan worden gezien.
In deze zaak was het wrakingsverzoek gebaseerd op een beslissing die inmiddels was teruggedraaid, waardoor verzoeker geen belang meer had. De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek kennelijk ongegrond en niet ontvankelijk was en wees het af. Een mondelinge behandeling was niet nodig.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens gebrek aan grond en belang.