ECLI:NL:RBAMS:2021:1643
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek hogere vergoeding psychisch leed na inverzekeringstelling
Verzoeker werd op 14 augustus 2020 aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van zware mishandeling van zijn partner, waarna hij dezelfde dag werd heengezonden. De zaak werd op 22 september 2020 onvoorwaardelijk geseponeerd. Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 533 en Pro 530 Sv voor vergoeding van schade en kosten.
De rechtbank kende een standaardvergoeding toe van €105,- voor de dag inverzekeringstelling en €550,- voor de kosten van het verzoekschrift. Het verzoek tot een hogere vergoeding wegens psychisch leed werd afgewezen omdat dit onvoldoende was onderbouwd en er geen aanwijzingen waren voor evidente inschattingsfouten bij de inverzekeringstelling.
De rechtbank overwoog dat het forfaitaire bedrag een vergoeding is voor materiële en immateriële schade door detentie en dat extra vergoeding alleen mogelijk is bij aantoonbare extra immateriële schade direct voortvloeiend uit de detentie. Het verzoek tot een hogere vergoeding voldeed hier niet aan.
Uitkomst: Verzoek tot hogere vergoeding wegens psychisch leed na inverzekeringstelling wordt afgewezen; standaardvergoeding wordt toegekend.