ECLI:NL:RBAMS:2021:1644
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning billijke schadevergoeding voor onterechte voorlopige hechtenis zonder zorgopname
Verzoeker werd op 29 juli 2020 aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van mishandeling. Hij verbleef één dag in een politiecel en 98 dagen in het Huis van Bewaring. Op 18 november 2020 werd hij ontslagen van alle rechtsvervolging zonder straf of maatregel.
De voorlopige hechtenis was aanvankelijk noodzakelijk geacht om verzoeker naar zorg te leiden, maar dit leidde uiteindelijk niet tot opname in een zorginstelling. Na detentie kwam verzoeker op straat te staan. De rechtbank oordeelde dat verzoeker niet te verwijten valt en dat billijkheid een vergoeding rechtvaardigt.
De rechtbank kende op grond van artikel 533 Sv Pro een vergoeding toe van €7.945 voor de detentiedagen en op grond van artikel 530 Sv Pro een vergoeding van €550 voor de kosten van het verzoekschrift. De beslissing werd op 30 maart 2021 door rechter R.A. Overbosch in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Verzoeker ontvangt een schadevergoeding van €7.945 voor detentie en €550 voor proceskosten wegens onterechte voorlopige hechtenis zonder zorgopname.