Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok de bijstandsuitkering van eiser per 22 januari 2020 in met een besluit van 9 april 2020. Eiser diende op 25 mei 2020 digitaal een bezwaarschrift in tegen dit besluit, dat het college op 17 juni 2020 niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn van zes weken.
Eiser betwistte de termijnoverschrijding en stelde dat het college niet had aangetoond wanneer het primaire besluit was bezorgd, waardoor de bezwaartermijn niet zou zijn aangevangen. De rechtbank stelde vast dat het besluit per gewone post naar het door eiser opgegeven adres was verzonden en door eiser was ontvangen. De bezwaartermijn begon daarom op 10 april 2020 en liep tot 21 mei 2020, waardoor het bezwaar van 25 mei 2020 te laat was.
Hoewel eiser verklaarde dat hij tijdelijk niet bij zijn post kon vanwege verblijf elders, oordeelde de rechtbank dat dit binnen zijn risicosfeer viel en geen reden was om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Bovendien had eiser binnen de termijn telefonisch bezwaar kunnen maken. De rechtbank concludeerde dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk had verklaard en verklaarde het beroep ongegrond.