Op 5 december 2020 heeft verdachte in Amsterdam met een semi-automatisch pistool meerdere keren in het plafond van een woning geschoten waar meerdere personen aanwezig waren, waaronder de benadeelden. Verdachte wilde een ruzie tussen aanwezigen beëindigen door hen te laten schrikken. Daarnaast heeft hij een van de benadeelden mishandeld door hem meerdere keren met de vuist in het gezicht te slaan en met het vuurwapen tegen de kin. Tevens vernielde hij de inboedel en een ruit van de woning en had hij het illegale vuurwapen met munitie bij zich.
De rechtbank achtte de bedreiging, mishandeling, vernieling en het verboden wapenbezit wettig en overtuigend bewezen. Verdachte werd vrijgesproken van de beschuldiging dat hij het vuurwapen op het hoofd van een benadeelde had gericht, omdat dit niet voldoende werd ondersteund door bewijs.
De rechtbank hield rekening met het feit dat verdachte onder invloed van alcohol handelde, zijn eerdere geweldsdelicten en het advies van de reclassering. Verdachte toonde bereidheid tot behandeling en medewerking aan een persoonlijkheidsonderzoek. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 18 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, en stelde voorwaarden zoals meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, locatieverbod en middelencontrole.