Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[verzoeker 1] B.V
[verzoeker 2],
[verzoeker 3],
[verzoeker 4] B.V,
[verzoeker 5],
Rechtbank Amsterdam
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen mr. L. van Berkum, kantonrechter te Amsterdam, naar aanleiding van de beslissing om vijf verkeersberoepszaken aan te houden. Verzoekers stelden dat de rechter zonder hen te horen direct tot aanhouding was overgegaan, wat in strijd zou zijn met de beginselen van behoorlijke procesorde en de schijn van vooringenomenheid zou wekken.
De rechter erkende dat zij aanvankelijk zonder reactie van de gemachtigde had beslist, maar gaf daarna alsnog gelegenheid tot reactie. De beslissing tot aanhouding betrof een procedurele maatregel zonder aanwijzingen van partijdigheid of schijn daarvan.
De wrakingskamer oordeelde dat op grond van vaste jurisprudentie een rechterlijke beslissing geen grond voor wraking kan zijn en dat het verzoek derhalve kennelijk ongegrond is. Het verzoek werd afgewezen zonder mondelinge behandeling.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen omdat een rechterlijke beslissing geen grond tot wraking vormt en er geen sprake is van vooringenomenheid.